Beerzelberg

Beerzelberg
Beerzelberg, Terras, wandelen, gezellig tafelen

Op het hoogste punt van de provincie Antwerpen bevindt zich het natuurdomein "Beerzelberg". Het is gelegen in het zuiden van de provincie, op het grondgebied van de gemeente Putte, deelgemeente Beerzel.

Ooit was de hele streek rond Beerzel overal zo hoog als de top van de Beerzelberg. De berg is daar nog een stille getuige van.
Op de berg hebben archeologen sporen van vuursteenbewerking gevonden. De benaming "het Tummeke" zou erop wijzen dat de berg wel eens de begraafplaats van een vooraanstaand persoon uit een ver verleden zou kunnen verbergen. Vergelijk het woord trouwens met "tombe" en met het Engels woord "tomb".

In het begin van de 20ste eeuw (rond 1914) werd de berg volledig ontbost en stond er nog slechts één grote lindeboom bovenop de berg. Na de eerste wereldoorlog was de berg helemaal kaal en stonden er nog enkel struiken, heide en brem. Inmiddels is Beerzelberg echter een natuurreservaat geworden en wordt de flora er weer in de goede richting gestuurd.
Deze klim is toch een 51,60 meter hoog, dus een klimuitrusting heb je niet echt nodig!

Voor zij die bijgelovig zijn nog een kleine saga uit de rijke geschiedenis van Beerzel:

In die tijd van geloof en vooral bijgeloof ontstonden in de regio van de Zuiderkempen ook de verhalen over allerlei kwelgeesten en schrikfiguren. In de volkse fantasie was de natuur bevolkt met duistere wezens, werden levenloze dingen levend, hadden dieren zielen. Net zoals pastoors hun gelovigen dreigden met niet bestaande duivels, branden in de hel, en het niet naar de hemel gaan, maakten de volwassenen hun kinderen bang met al even verzonnen boemannen. Zo werd gedreigd met: de Korenpater, de Loekebeer, de Loekeman, de Nekker (Waterduivel), de Vriezeman enz... Het moet wel gezegd dat sommige van die schrikfiguren ontstaan zijn uit veel oudere verhalen over de Germaanse goden, die (zij het in aangepaste vorm) de tand des tijds en der kerk hadden doorstaan.

Honderden jaren lang en zelfs tot in het begin van de 20ste eeuw werden de kinderen in Beerzel gewaarschuwd voor de Korenpater. De Korenpater leefde volgens het verhaal tussen de halmen op de graanakker. Hij lokte of trok de kinderen mee in het koren, sneed een grote teen af en liet het bloed in flessen lopen. De kollebloem wordt trouwens de 'Korenpatersbloem' geheten omdat ze bloedrood ziet zoals het kleed van de legendarische Korenpater. Het verhaal van de Korenpater was bedoeld om de kinderen uit het veld te houden zodat ze tijdens het spelen de oogst niet zouden plattrappen. Als ze langs het korenveld voorbijgingen zongen de kinderen vaak uitdagend:

Korepoater,
Lange noater
Tipschoen,
Ge meig m'n gruete teën afdoen.
De klane is de mane,
En de gruete zelde nie fane!
(Korepoater, ave kop,
Doet ons louepe in galop!)

Van 1921 tot 1927 was Beerzelberg ingenomen door het cement- en betonfabriek "Beerzelberg".

Zaterdag 11 augustus 1934 woedde er een heidebrand op Beerzelberg. Verschillende hectaren heide brandden af. Op 15 augustus 1936, de dag van Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart werd op Beerzelberg een Vlaamse kermis gehouden door de Katholieke fanfare "De Gouden Lier", met een liefdadig doel. Door dit evenement werd stilaan de aandacht terug op het natuurpark gevestigd.

In de vijftiger en zestiger jaren heeft het natuurgebied fel geleden omdat het werd gebruikt als militair oefenterrein en voor het organiseren van motorcrosswedstrijden. Later werd het door de gemeente Beerzel gekocht van PIDPA en omgedoopt tot beschermd natuurgebied.

Op donderdag 18 mei 1985 werd aan de rand van het natuurpark taverne-restaurant Beerzelberg geopend waar je gezellig kan tafelen en tegelijk rustig kan genieten van een drankje en een hapje na een flinke wandeling.
In het natuurpark werden in de zomer van 1998 twee wandelingen uitgestippeld die het mogelijk maken rustig te genieten van de natuur.

Aan de ingang van het natuurgebied, ter hoogte van taverne-restaurant Beerzelberg vind je alle informatie over de vegetatie, wandelingen, speelgelegenheid enz...